Hoe lang gaat een duikfles mee? Onderhoud, keuring en afkeuring
Iedere duiker kent de duikfles. Het is misschien wel het meest vertrouwde onderdeel van onze uitrusting: een stevige metalen cilinder, gevuld met ademgas, die we op onze rug dragen en waarop we onze ademautomaat aansluiten. We weten hoeveel lucht erin past en ongeveer hoelang we ermee kunnen duiken. Maar hoeveel weten we eigenlijk over de fles zelf? Hoe lang gaat zo'n duikfles eigenlijk mee? Wat gebeurt er wanneer zout water, corrosie en jarenlang gebruik hun sporen achterlaten? Hoe ontdekt een inspecteur verborgen beschadigingen, en waarom wordt een duikfles tijdens een hydrostatische keuring met water onder een druk gezet die veel hoger ligt dan haar normale werkdruk? In dit laatste deel volgen we de levensloop van een duikfles: van dagelijks onderhoud en periodieke keuringen tot het moment waarop ze definitief wordt afgekeurd en misschien nog een tweede leven krijgt. Dit is het vierde en laatste deel van een vierdelige serie over de duikfles. Welkom bij de laatste les in cilinderologie.
1. De vijanden van een duikfles: vocht, zout en beschadigingen
Een duikfles kan er aan de buitenkant nog prachtig uitzien, terwijl zich aan de binnenzijde al ernstige problemen ontwikkelen. Omgekeerd kan een fles vol krassen en afgebladderde lak technisch nog in uitstekende staat verkeren. Het uiterlijk vertelt dus maar een deel van het verhaal. Wat uiteindelijk telt, is de toestand van het metaal waaruit de cilinder is gemaakt, en die is lang niet altijd met het blote oog te beoordelen.
Duikflessen hebben bovendien geen gemakkelijk leven. Ze worden voortdurend gevuld en geleegd, staan in de tropische zon, worden over stranden en boten vervoerd en komen regelmatig in aanraking met zout water. Onderweg naar het vulstation of de volgende duikplaats liggen ze achter in auto's, waar ze niet altijd even voorzichtig worden behandeld. Soms vallen ze om, botsen ze tegen andere flessen of blijven ze nat achter in een opslagruimte. Staal en aluminium zijn weliswaar sterke materialen, maar geen van beide is volledig ongevoelig voor beschadiging of corrosie. Goed onderhoud is daarom meer dan een kwestie van een fles netjes houden: het helpt voorkomen dat kleine problemen zich ongemerkt ontwikkelen tot schade die de veiligheid of levensduur van de cilinder aantast.
Afspoelen, drogen en opbergen
Het eenvoudigste onderhoud aan een duikfles begint na iedere duik: afspoelen met schoon zoet water. Zout water laat bij het opdrogen zoutkristallen achter, die vocht kunnen aantrekken en vasthouden. Vooral op plaatsen waar water moeilijk wegloopt, zoals rond de fleskraan, onder een rubberen tankboot of tussen een beschermnet en de cilinderwand, kan daardoor langdurig een vochtige omgeving ontstaan. Bij stalen flessen bevordert dat roestvorming, terwijl ook aluminium onder bepaalde omstandigheden kan worden aangetast. Een tankboot beschermt de fles dus tegen beschadigingen, maar kan tegelijkertijd precies de omstandigheden creëren waarin corrosie zich prettig voelt. Goede bedoelingen zijn kennelijk ook in de materiaalkunde geen garantie voor een goed resultaat.
Besteed bij het afspoelen daarom ook aandacht aan de minder zichtbare plekken. Spoel de kraan en de aansluiting zorgvuldig af, zonder de kraan te openen of water in de vulaansluiting te laten staan. Laat de fles vervolgens goed drogen voordat je haar voor langere tijd opbergt. Bij flessen met een afneembare tankboot is het verstandig deze regelmatig te verwijderen, zodat ook de bodem kan worden gecontroleerd en gedroogd.
Voor de opslag kies je bij voorkeur een droge, goed geventileerde plaats, buiten direct zonlicht en uit de buurt van warmtebronnen. Zorg er bovendien voor dat rechtopstaande flessen niet kunnen omvallen en liggende flessen niet kunnen wegrollen. Vooral de kraan verdient bescherming, omdat een harde klap tegen de aansluiting veel ernstiger gevolgen kan hebben dan een kras in de lak.
Hoe komt er water in een duikfles?
De buitenkant van een duikfles mag tijdens het duiken natuurlijk nat worden. De binnenkant hoort daarentegen droog te blijven. Toch kan er vocht binnendringen, met inwendige aantasting als mogelijk gevolg. Een voor de hand liggende oorzaak is dat water via de fleskraan binnendringt. Zolang de fles voldoende druk bevat en de kraan gesloten is, wordt binnendringen van water normaal gesproken voorkomen. Maar wanneer een fles helemaal leeg is en de kraan openstaat, kan vochtige buitenlucht of zelfs water de cilinder binnendringen. Dat risico is vooral aanwezig wanneer een lege fles in een natte omgeving wordt behandeld of opgeslagen.
Een tweede, minder zichtbare oorzaak is de kwaliteit van de ademlucht waarmee de fles wordt gevuld. Omgevingslucht bevat altijd een bepaalde hoeveelheid waterdamp. Tijdens het comprimeren en afkoelen kan een deel daarvan condenseren. Daarom beschikken professionele vulinstallaties over vochtafscheiders en droogfilters, die ervoor moeten zorgen dat de geproduceerde ademlucht aan de geldende eisen voor het vochtgehalte voldoet. Wanneer de droging onvoldoende functioneert, kan vocht met de perslucht in de fles terechtkomen. Bij herhaaldelijk vullen kan dat uiteindelijk tot aanzienlijke problemen leiden. De kwaliteit van ademlucht is dus niet alleen belangrijk voor de duiker, maar ook voor de levensduur van de fles. Een fles die jarenlang met voldoende droge lucht wordt gevuld, heeft aanzienlijk minder kans op inwendige corrosie dan een fles waarin regelmatig vocht terechtkomt.
Waarom bewaar je een duikfles niet helemaal leeg?
Duikers leren doorgaans al tijdens hun eerste opleiding dat ze een fles beter niet helemaal leeg kunnen laten lopen. Daar is een goede reden voor. Door een positieve restdruk in de cilinder te behouden, verklein je de kans dat vochtige buitenlucht binnendringt wanneer de kraan kortstondig wordt geopend. In de praktijk wordt vaak geadviseerd om enkele tientallen bar restdruk te bewaren. Die restdruk is echter geen garantie dat een fles van binnen droog blijft. Als de kraan gesloten is, hoort er ook zonder grote druk geen water binnen te komen. Omgekeerd kan een fles die eerder met vochtige lucht is gevuld van binnen al aangetast zijn, ook wanneer er nog ruim voldoende druk op staat. Restdruk is dus een nuttige voorzorgsmaatregel, maar geen vervanging voor goede vulprocedures en periodieke inspecties. Bij langdurige opslag tellen ook de omstandigheden, de staat van de kraan en de aanbevelingen van de fabrikant mee. Een fles hoeft niet voortdurend op haar maximale werkdruk te staan om goed bewaard te kunnen worden.
Roest in staal, corrosie in aluminium
Stalen en aluminium duikflessen reageren verschillend op vocht. Bij staal is het bekendste probleem roestvorming. Wanneer ijzer in contact komt met water en zuurstof, kunnen ijzeroxiden ontstaan. Aan de buitenkant is dat vaak herkenbaar aan roodbruine verkleuringen, vooral op plekken waar de beschermende laklaag beschadigd is. Binnen in de fles is roest moeilijker te ontdekken. Oppervlakkige roest betekent niet automatisch dat een fles onbruikbaar is. Veel hangt af van de diepte en de omvang van de aantasting. Het wordt ernstiger wanneer corrosie putjes in het metaal veroorzaakt, een verschijnsel dat putcorrosie of pitting wordt genoemd. Zulke putjes kunnen plaatselijk de wanddikte verminderen en spanningen concentreren. Zelfs een kleine aangetaste plek kan daardoor de sterkte van de cilinder beïnvloeden.
Aluminium roest niet op dezelfde manier als staal. Het vormt van nature een dunne oxidelaag die het onderliggende metaal in veel omstandigheden tegen verdere aantasting beschermt. Dat betekent echter niet dat aluminium ongevoelig is voor corrosie. Vooral in aanwezigheid van chloriden, zoals in zeewater, kan plaatselijke aantasting optreden. Ook bij aluminium kunnen putjes en andere vormen van corrosie ontstaan die de sterkte van de cilinder beïnvloeden.
Een bijzonder aandachtspunt is galvanische corrosie, die kan optreden waar verschillende metalen met elkaar in contact staan. Veel aluminium duikflessen hebben bijvoorbeeld een messing fleskraan. Wanneer twee verschillende metalen elektrisch contact maken en er tegelijkertijd een geleidende vloeistof, zoals zout water, aanwezig is, kan galvanische corrosie optreden. De combinatie van materiaalkeuze, oppervlaktebehandeling en correcte montage is daarom belangrijk, vooral rond de hals en de kraanaansluiting.
Krassen, deuken en beschadigde schroefdraad
Niet iedere beschadiging aan een duikfles is even ernstig. Een kras in de laklaag is meestal vooral een cosmetisch probleem, zolang het onderliggende metaal niet diep is beschadigd. Bij stalen flessen is het wel verstandig om blootliggend metaal tijdig tegen roest te beschermen, met een geschikte oppervlaktebehandeling volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Diepe krassen, groeven en deuken verdienen meer aandacht. Een duikfles staat tijdens het vullen onder aanzienlijke mechanische spanning. Beschadigingen die de wanddikte verminderen of de vorm van de cilinder veranderen, kunnen plaatselijke spanningsconcentraties veroorzaken. Vooral scherpe groeven, diepe deuken en beschadigingen in de buurt van de hals moeten daarom zorgvuldig worden beoordeeld. Een fles met verdachte schade hoort niet opnieuw te worden gevuld voordat een bevoegde inspecteur heeft vastgesteld of zij nog veilig kan worden gebruikt.
Ook de schroefdraad in de cilinderhals is een kritisch onderdeel. Via deze verbinding wordt de fleskraan stevig in de cilinder vastgehouden. Beschadigde draadgangen, corrosie of het gebruik van een kraan met een verkeerd draadtype kunnen de veiligheid ernstig in gevaar brengen. De schroefdraad is bij een gemonteerde kraan grotendeels aan het zicht onttrokken en wordt daarom tijdens een inwendige inspectie, wanneer de kraan is verwijderd, gecontroleerd.
Ook zelf metaal wegslijpen, diepe beschadigingen gladschuren of de halsdraad opnieuw bewerken is zonder goedgekeurde procedure uit den boze. Daarmee kan juist materiaal worden verwijderd dat nodig is om de hoge druk veilig te weerstaan.
Tankboots, netjes en beschermhoezen: bescherming met een keerzijde
Veel duikflessen zijn voorzien van accessoires die ze gemakkelijker in het gebruik maken of tegen beschadigingen beschermen. Een rubberen of kunststof tankboot zorgt ervoor dat een fles met een afgeronde bodem rechtop kan staan en beschermt de onderkant tegen direct contact met de grond. Een beschermnet helpt krassen en kleine stoten op te vangen, terwijl een hoes ook bescherming kan bieden tijdens transport.
Zoals we eerder zagen, kunnen deze accessoires ook vocht vasthouden. Onder een tankboot droogt zout water soms langzaam op; netjes en hoezen kunnen vuil verzamelen en beschadigingen aan het zicht onttrekken. Verwijder afneembare beschermmaterialen daarom regelmatig en controleer de cilinderwand eronder, vooral de bodem van stalen flessen. Een accessoire dat bescherming biedt tegen stoten, mag beginnende corrosie niet jarenlang verbergen.
Veilig vervoeren: niet zomaar achter in de auto
Een groot deel van het leven van een duikfles speelt zich niet onder water af, maar onderweg. Duikers rijden met hun flessen naar het vulstation, naar de duikschool of naar een afgelegen duikplaats. Daarbij verdwijnen de cilinders nogal eens achter in een auto, tussen tassen, loodblokken en andere uitrusting. Zolang de weg vlak is en er rustig wordt gereden, lijkt dat misschien geen probleem. Maar bij een plotselinge remactie of een scherpe bocht kan een zware duikfles met aanzienlijke kracht gaan schuiven of rollen.
Daarom moeten duikflessen tijdens het vervoer stevig worden vastgezet, zodat ze niet kunnen verschuiven, omvallen of tegen elkaar botsen. Vooral de fleskraan moet tegen harde klappen worden beschermd. De kraan moet gesloten zijn en de uitrusting zo worden geplaatst dat er geen onnodige krachten op de aansluiting worden uitgeoefend. Bij grotere aantallen flessen zijn geschikte transportrekken of bevestigingsmiddelen bijzonder nuttig.
Ook warmte verdient aandacht. Wanneer een gevulde fles opwarmt, stijgt de druk van het gas in de cilinder. Dat betekent niet dat een duikfles bij de eerste zonnestraal gevaarlijk wordt, maar het is wel verstandig om onnodige verhitting te vermijden. Laat gevulde flessen daarom niet langdurig in een afgesloten auto in de volle zon liggen, zeker niet in een tropisch klimaat.
Goed onderhoud begint met aandacht
Het dagelijkse onderhoud van een duikfles is op zichzelf niet ingewikkeld. Afspoelen, laten drogen, zorgvuldig opbergen, de kraan beschermen en voorkomen dat vocht binnendringt: het zijn eenvoudige handelingen die veel problemen kunnen voorkomen. Minstens zo belangrijk is het om veranderingen op te merken. Een nieuwe deuk, een verdachte roestplek, beschadigde schroefdraad of een fles die onverwacht haar druk verliest, zijn signalen die je niet zomaar moet negeren.
Maar zelfs bij zorgvuldig onderhoud kunnen verborgen problemen ontstaan. Daarom bestaat er naast de dagelijkse verzorging ook een periodieke, grondigere controle: de visuele inspectie. In het volgende hoofdstuk bekijken we hoe zo'n inspectie wordt uitgevoerd en waar een inspecteur precies naar zoekt.
2. Wat gebeurt er tijdens een visuele inspectie?
Dagelijks onderhoud voorkomt veel problemen, maar laat niet zien wat zich binnen in een gesloten cilinder afspeelt. Ook de hals en de schroefdraad zijn grotendeels aan het zicht onttrokken zolang de fleskraan gemonteerd is. Bij een periodieke visuele inspectie wordt daarom de hele cilinder onderzocht: van de buitenwand en de bodem tot de binnenzijde en de kraanaansluiting.
Zo'n inspectie wordt vaak aangeduid met de Engelse afkorting VIP, van Visual Inspection Procedure of Visual Inspection Program. De benaming verschilt per organisatie, maar het doel is hetzelfde: vaststellen of een duikfles nog veilig kan worden gevuld en gebruikt, en of er aanwijzingen zijn voor beschadigingen die verder onderzoek noodzakelijk maken. Dat lijkt eenvoudig: je kijkt in een fles, zoekt naar beschadigingen en geeft haar een goedkeuring. In werkelijkheid komt er veel meer bij kijken. Een bevoegde inspecteur moet weten waar hij naar zoekt, welke afwijkingen gevaarlijk kunnen zijn en volgens welke normen een cilinder moet worden beoordeeld.
Eerst het technische paspoort
Een visuele inspectie begint meestal nog voordat de fleskraan wordt verwijderd. De inspecteur controleert de permanente markeringen op de schouder van de cilinder. Wie heeft de fles geproduceerd? Van welk materiaal is zij gemaakt? Wat is de toegestane werkdruk? Volgens welke norm is zij vervaardigd, en wanneer heeft de laatste hydrostatische keuring plaatsgevonden? Ook wordt gekeken of het serienummer goed leesbaar is en of de fles eventueel behoort tot een productieserie waarvoor bijzondere inspectievoorschriften gelden. Deze gegevens zijn belangrijk omdat niet iedere duikfles volgens dezelfde criteria mag worden beoordeeld. Een Amerikaanse aluminiumcilinder volgens DOT-3AL valt bijvoorbeeld onder andere voorschriften dan een Europese stalen cilinder. Ook kunnen fabrikanten aanvullende beperkingen of inspectie-eisen hebben vastgesteld. Een inspecteur moet daarom eerst weten met welk type fles hij te maken heeft voordat hij kan bepalen welke controles nodig zijn en welke beschadigingen nog aanvaardbaar zijn.
Vervolgens wordt de buitenzijde onderzocht. Daarbij let de inspecteur op de algemene toestand van de cilinder, eventuele deuken, diepe krassen, groeven, corrosie en sporen van oververhitting. Bij stalen flessen verdienen beschadigingen aan de beschermende laklaag extra aandacht, omdat daar roestvorming kan beginnen. Bij aluminiumflessen wordt onder meer gekeken naar putcorrosie en andere vormen van plaatselijke aantasting. Ook de bodem en de overgang naar de hals zijn belangrijke controlepunten. Een rubberen tankboot of beschermhoes wordt verwijderd om verborgen beschadigingen zichtbaar te maken.
De kraan verwijderen en naar binnen kijken
Om de binnenzijde te kunnen inspecteren, moet de fles volledig drukloos worden gemaakt en de kraan worden verwijderd. Dat gebeurt volgens een vaste procedure, waarbij eerst wordt vastgesteld dat er werkelijk geen druk meer aanwezig is. Vervolgens kan de kraan met geschikt gereedschap worden losgenomen, zonder de hals of de schroefdraad te beschadigen. De opening in de hals van een duikfles is relatief klein. Toch moet de inspecteur via die opening de volledige binnenwand kunnen beoordelen, inclusief de bodem en de schouder. Daarvoor worden speciale inspectielampen, spiegels en soms kleine camera's of endoscopen gebruikt. Met een sterke lichtbron kunnen verkleuringen, corrosie, putjes en andere afwijkingen zichtbaar worden gemaakt die bij gewone verlichting gemakkelijk over het hoofd worden gezien.
Bij een goed onderhouden fles is de binnenwand doorgaans schoon en vrij van opvallende aantasting. Een stalen cilinder kan een egaal metalen oppervlak vertonen, terwijl aluminiumflessen vaak een wat mattere, grijze binnenzijde hebben. Kleine verschillen in kleur of oppervlaktestructuur hoeven niet direct op een probleem te wijzen. Waar het om gaat, is of het materiaal plaatselijk is aangetast, of er vreemde afzettingen aanwezig zijn en of er aanwijzingen bestaan dat de cilinder aan vocht, verontreinigingen of ongebruikelijke belastingen is blootgesteld. Soms wordt bij het openen van een fles al duidelijk dat er iets niet in orde is. Er kan bijvoorbeeld zichtbaar vocht aanwezig zijn, of er komt een ongebruikelijke geur uit de cilinder. Ook olieachtige resten, losse corrosiedeeltjes of andere verontreinigingen verdienen aandacht. Zulke bevindingen betekenen niet automatisch dat de fles definitief moet worden afgekeurd, maar ze kunnen wel aanleiding zijn voor reiniging, nader onderzoek of het buiten gebruik stellen van de cilinder totdat de oorzaak is vastgesteld.
Hoe ernstig is corrosie?
Corrosie beoordelen is een van de lastigste onderdelen van een visuele inspectie. Een verkleuring hoeft geen probleem te zijn, terwijl een klein maar diep corrosieputje ernstiger kan zijn dan een groot oppervlak met lichte roest. Bij stalen flessen kan oppervlakkige roest soms worden verwijderd met een daarvoor geschikte reinigingsprocedure. Wanneer de aantasting beperkt is gebleven tot het oppervlak en de wanddikte niet wezenlijk is verminderd, kan de cilinder na behandeling en herinspectie mogelijk opnieuw worden goedgekeurd. Maar bij diepere putcorrosie wordt het ingewikkelder. De inspecteur moet beoordelen hoe diep de aantasting is, hoe groot het aangetaste gebied is en of de resterende wand nog aan de eisen voldoet. Bij aluminiumflessen kunnen eveneens putjes ontstaan die de wand plaatselijk verzwakken. Ook witte of grijze corrosieproducten kunnen aanwijzingen geven dat het aluminium met vocht of agressieve stoffen in aanraking is geweest.
Voor de beoordeling bestaan technische afkeurcriteria, die afhankelijk zijn van de toepasselijke norm, het cilindertype en de voorschriften van de fabrikant. Een inspecteur kan daarom niet simpelweg besluiten dat een putje van een bepaalde diepte altijd acceptabel is. Bij twijfel kan aanvullende meting of beoordeling noodzakelijk zijn. Sommige beschadigingen kunnen binnen een goedgekeurde procedure worden behandeld, terwijl andere betekenen dat de cilinder definitief buiten gebruik moet worden gesteld.
De hals en de schroefdraad
Een bijzonder kritisch onderdeel van de inspectie is de hals van de duikfles. Hier wordt de fleskraan in de cilinder geschroefd, en de verbinding moet de volledige flesdruk veilig kunnen weerstaan. De inspecteur controleert daarom de schroefdraad op beschadigde of vervormde draadgangen, corrosie, slijtage en andere afwijkingen. Ook het afdichtvlak en de omgeving van de hals worden onderzocht. Beschadigingen kunnen ontstaan doordat een kraan verkeerd is gemonteerd, door mechanische belasting of door corrosie. Een verkeerde combinatie van draadtypen is bijzonder gevaarlijk: sommige schroefdraden lijken genoeg op elkaar om een kraan enkele slagen in de hals te draaien, zonder dat de verbinding technisch geschikt is. Zoals we in het hoofdstuk over fleskranen hebben besproken, mogen draadtypen zoals M25×2, ¾-14 NPSM en ¾-14 BSPP nooit zonder controle als onderling uitwisselbaar worden beschouwd. Bij bepaalde aluminiumflessen verdient de hals nog om een andere reden extra aandacht. Daar kan namelijk een specifieke vorm van scheurvorming optreden die niet noodzakelijk verband houdt met zichtbare corrosie of verkeerd gebruik.
Sustained-load cracking: het probleem met oudere aluminiumflessen
In het hoofdstuk over materialen kwamen we al kort een bijzondere aluminiumlegering tegen: 6351-T6. Deze legering werd in het verleden door bepaalde fabrikanten gebruikt voor hogedrukcilinders, waaronder duikflessen. Later bleek dat sommige cilinders van dit materiaal gevoelig waren voor een verschijnsel dat sustained-load cracking wordt genoemd, letterlijk scheurvorming onder langdurige belasting. Het bijzondere aan deze scheuren is dat ze zich kunnen ontwikkelen terwijl de fles gedurende lange tijd onder druk staat, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een uitzonderlijke overvulling of een harde klap. Vooral rond de hals en de schroefdraad kunnen plaatselijk hoge spanningen optreden. Bij daarvoor gevoelige cilinders kunnen daar onder bepaalde omstandigheden kleine scheurtjes ontstaan, die vervolgens langzaam verder groeien.
Niet iedere duikfles van 6351-T6 ontwikkelt zulke scheuren, en de aanwezigheid van deze legering betekent niet automatisch dat een cilinder onveilig is. Het risico is echter voldoende serieus om bijzondere aandacht te rechtvaardigen. Bij bepaalde oudere aluminiumcilinders is daarom een aanvullende inspectie van de hals noodzakelijk, afhankelijk van de fabrikant, de productiedatum en de toepasselijke voorschriften.
Voor het opsporen van zeer kleine scheuren kan gebruik worden gemaakt van eddy-current testing, in het Nederlands wervelstroomonderzoek. Hierbij wordt met een speciale sonde een wisselend magnetisch veld opgewekt dat elektrische wervelstromen in het geleidende metaal veroorzaakt. Scheurtjes of andere onderbrekingen kunnen het patroon van die stromen veranderen, waardoor de apparatuur aanwijzingen kan geven voor een mogelijke beschadiging. Wervelstroomonderzoek is echter geen magische methode waarmee iedere beschadiging automatisch wordt gevonden. De apparatuur moet correct worden gebruikt en de resultaten moeten door een daarvoor opgeleide inspecteur worden geïnterpreteerd. Ook kunnen geometrische kenmerken van de hals of andere materiaalafwijkingen signalen veroorzaken die nader moeten worden onderzocht. Het onderzoek vormt daarom een aanvulling op de visuele inspectie en geen vervanging daarvan.
De geschiedenis van 6351-T6 laat zien hoe belangrijk materiaalkeuze en langetermijnervaring zijn bij het ontwerpen van drukvaten. Een legering kan bij de oorspronkelijke productie aan alle voorgeschreven sterkte-eisen voldoen, terwijl pas na vele jaren gebruik blijkt dat zij onder bepaalde omstandigheden gevoelig is voor een specifieke vorm van scheurvorming. Moderne aluminium duikflessen worden doorgaans gemaakt van 6061-T6, dat niet dezelfde bekende gevoeligheid voor sustained-load cracking vertoont. Dat betekent overigens niet dat moderne flessen geen inspectie meer nodig hebben: ook zij kunnen door corrosie, beschadiging of verkeerd gebruik onveilig worden.
En de fleskraan zelf?
Wanneer de kraan eenmaal van de fles is verwijderd, is dat ook een geschikt moment om haar toestand te beoordelen. De kraan is immers een afzonderlijk mechanisch onderdeel met bewegende delen, afdichtingen en schroefdraad. De inspecteur kijkt onder meer naar zichtbare beschadigingen, corrosie en de toestand van de verbinding met de cilinder. Bij kranen met een burst disk kan ook de aanwezigheid en geschiktheid van deze drukbeveiliging worden gecontroleerd.
Een volledige kraanrevisie is echter iets anders dan een visuele inspectie van de cilinder. Afhankelijk van de toestand, de onderhoudsgeschiedenis en de voorschriften kan het nodig zijn om de kraan afzonderlijk te laten onderhouden. Daarbij kunnen afdichtingen en andere slijtageonderdelen worden vervangen en wordt gecontroleerd of de kraan goed functioneert. Het is belangrijk om beide werkzaamheden van elkaar te onderscheiden: een goedgekeurde cilinder met een defecte kraan is nog steeds geen veilig bruikbare duikfles.
Goedkeuren, behandelen of afkeuren
Na de inspectie moet een beslissing worden genomen. In grote lijnen zijn er drie mogelijkheden. De eerste is dat de fles in goede staat verkeert en zonder verdere behandeling opnieuw in gebruik mag worden genomen. De tweede is dat er een probleem is aangetroffen dat volgens een goedgekeurde procedure kan worden verholpen, bijvoorbeeld bepaalde vormen van oppervlakkige vervuiling of corrosie. Na behandeling moet de cilinder opnieuw worden gecontroleerd voordat zij kan worden vrijgegeven.
De derde mogelijkheid is dat de schade zo ernstig is dat de fles niet meer veilig kan worden gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ontoelaatbaar diepe corrosie, ernstige mechanische beschadigingen, scheurvorming of een hals die niet meer aan de technische eisen voldoet. Soms is aanvullende beoordeling nodig voordat een definitieve beslissing kan worden genomen. Een fles met een verdachte afwijking mag in de tussentijd niet worden gevuld.
Bij definitieve afkeuring moet worden voorkomen dat de cilinder opnieuw als drukvat in omloop komt. Welke procedure daarvoor geldt, hangt af van de toepasselijke voorschriften. Een schoonmaakbeurt kan een afgekeurde fles immers niet opnieuw veilig maken.
Een sticker is geen garantie
Na een geslaagde visuele inspectie wordt de controle doorgaans geregistreerd. Veel duikcentra en inspectiebedrijven brengen bovendien een sticker aan waarop de inspectiedatum, de identificatie van de inspecteur of het bedrijf en eventueel een volgende inspectiedatum staan vermeld. Vooral in Noord-Amerika en het Caribisch gebied is zo'n VIP-sticker een vertrouwd gezicht op duikflessen.
Toch moet je goed begrijpen wat die sticker betekent. Een visuele inspectie is een beoordeling van de toestand van de cilinder op het moment van onderzoek. Het is geen garantie dat de fles gedurende een volledig jaar of een andere vastgestelde periode onder alle omstandigheden veilig blijft. Een fles die kort na de inspectie ernstig beschadigd raakt of waarin water terechtkomt, kan onmiddellijk opnieuw onderzocht moeten worden.
Een visuele inspectie vertelt echter niet hoe de cilinder zich gedraagt wanneer de druk sterk oploopt. Daarvoor bestaat een andere controle: de hydrostatische keuring. In het volgende hoofdstuk bekijken we waarom de fles daarbij met water wordt gevuld en aan een druk wordt blootgesteld die aanzienlijk hoger ligt dan haar normale werkdruk.
3. De hydrostatische keuring: een fles onder druk zetten om haar te vertrouwen
Een duikfles kan er bij een visuele inspectie uitstekend aan toe blijken. De binnenwand is schoon en er zijn geen verdachte beschadigingen gevonden. Maar gedraagt de cilinder zich onder hoge druk nog zoals de fabrikant heeft bedoeld? Een duikfles is immers geen onveranderlijk stuk metaal. Iedere keer dat zij wordt gevuld, zet de wand een heel klein beetje uit. Wanneer de druk vervolgens weer afneemt, veert het materiaal vrijwel volledig terug naar zijn oorspronkelijke vorm. Maar wat als dat op een gegeven moment niet meer gebeurt?
Om die vraag te beantwoorden, worden duikflessen periodiek onderworpen aan een hydrostatische keuring, ook wel een hydrotest genoemd. Je zou het kunnen vergelijken met een bijzonder onaangename medische keuring: de patiënt wordt flink onder druk gezet en mag daarna óf weer aan het werk, óf moet definitief met pensioen. Van zo'n keuring zou ik persoonlijk behoorlijk wat stress krijgen!
Bij zo’n hydrostatische keuring wordt de cilinder, zoals de naam al verraadt, met water gevuld en onder gecontroleerde omstandigheden blootgesteld aan een druk die aanzienlijk hoger ligt dan de normale werkdruk. Afhankelijk van de voorgeschreven testmethode wordt gecontroleerd of de fles de proefdruk veilig kan weerstaan, of zij geen lekkage vertoont en hoeveel zij tijdens de belasting uitzet. Over deze test bestaan nogal wat misverstanden.
Waarom testen we met water en niet met perslucht?
Op het eerste gezicht lijkt het misschien vreemd om een duikfles met water te testen. Tijdens het duiken bevat zij immers samengeperste lucht, geen water. Waarom zouden we de fles dan niet gewoon met perslucht tot de vereiste proefdruk vullen? Het antwoord heeft alles te maken met de hoeveelheid energie die in een samengeperst gas is opgeslagen. Lucht is sterk samendrukbaar. Wanneer we een duikfles tot 200 of 300 bar vullen, persen we een grote hoeveelheid gas samen in een betrekkelijk kleine ruimte. Mocht de cilinder plotseling bezwijken, dan kan die samengeperste lucht razendsnel uitzetten. Daarbij komt een enorme hoeveelheid energie vrij, met mogelijk verwoestende gevolgen.
Water gedraagt zich heel anders. Het is veel minder samendrukbaar dan lucht. Om een met water gevulde fles op dezelfde druk te brengen, hoeft slechts een betrekkelijk kleine extra hoeveelheid water te worden toegevoegd. Wanneer de fles tijdens de test zou scheuren, valt de druk daardoor veel sneller weg en komt er aanzienlijk minder opgeslagen energie vrij dan bij een vergelijkbare proef met perslucht. Dat maakt de proef veel veiliger, al blijven speciale apparatuur en beschermingsmaatregelen noodzakelijk. Er is nog een tweede voordeel. Omdat water nauwelijks samendrukbaar is, kunnen we de kleine volumeveranderingen van de cilinder tijdens het onder druk zetten nauwkeurig meten. En juist die veranderingen vertellen ons iets over de mechanische toestand van het metaal.
Hoeveel druk krijgt een fles tijdens de keuring?
In een eerder hoofdstuk maakten we al onderscheid tussen de werkdruk en de proefdruk van een duikfles. De werkdruk is de druk waarvoor de cilinder tijdens normaal gebruik is goedgekeurd. De proefdruk ligt daar aanzienlijk boven en wordt bepaald door de toepasselijke productienorm en keuringsvoorschriften. Bij veel Europese duikflessen bedraagt de proefdruk anderhalf keer de werkdruk. Een stalen fles met een werkdruk van 200 bar wordt dan getest op 300 bar, terwijl een fles van 232 bar een proefdruk van 348 bar heeft. Bij een cilinder met een werkdruk van 300 bar kan de proefdruk zelfs 450 bar bedragen. Voor veel Amerikaanse aluminium duikflessen geldt een andere verhouding. Een AL80 die is geproduceerd volgens de Amerikaanse DOT-3AL-specificatie heeft doorgaans een werkdruk van 3.000 psi, oftewel ongeveer 207 bar. De voorgeschreven proefdruk bedraagt 5.000 psi, ongeveer 345 bar. Dat is vijf derde van de werkdruk, ofwel ongeveer 167%.
De keuringsinstantie moet dus altijd de markeringen en de voorschriften voor het betreffende cilindertype controleren. Een hogere proefdruk is bovendien geen bewijs dat een fles voortaan ook tot die druk mag worden gevuld. De test is bedoeld om de veiligheid van het drukvat te beoordelen, niet om de toegestane werkdruk te verhogen.
Wat gebeurt er tijdens de test?
Voordat een hydrostatische keuring kan beginnen, wordt de fles geïdentificeerd en gecontroleerd op beschadigingen die haar ongeschikt zouden maken voor verdere beproeving. De kraan wordt verwijderd en de cilinder wordt volgens de voorgeschreven procedure voorbereid. Vervolgens wordt de fles volledig met water gevuld, waarbij zorgvuldig wordt voorkomen dat er luchtbellen achterblijven. Opgesloten lucht zou namelijk alsnog samengeperst kunnen worden en de veiligheid en nauwkeurigheid van de test beïnvloeden.
Een veelgebruikte methode is de zogenaamde water-jacket test, waarbij de met water gevulde duikfles in een afgesloten meetreservoir wordt geplaatst dat eveneens met water is gevuld. De cilinder wordt vervolgens met een hydraulische pomp tot de voorgeschreven proefdruk gebracht. Terwijl de druk oploopt, zet de fles een heel klein beetje uit. Daardoor verdringt zij water uit het meetreservoir, en die verplaatste hoeveelheid kan nauwkeurig worden gemeten.
De uitzetting is verrassend klein. Bij een gewone duikfles gaat het doorgaans om slechts enkele tientallen milliliters. Toch is die kleine verandering voldoende om belangrijke informatie te verkrijgen over het gedrag van het materiaal. De testapparatuur moet daarom nauwkeurig worden gekalibreerd en gecontroleerd. Ook de temperatuur, de aanwezigheid van luchtbellen en de manier waarop de druk wordt opgebouwd en vastgehouden kunnen de meetresultaten beïnvloeden.
Wanneer de voorgeschreven proefdruk is bereikt, wordt deze gedurende de vereiste tijd aangehouden. Vervolgens wordt de druk weer afgelaten. De cilinder krimpt daarbij grotendeels terug naar haar oorspronkelijke afmetingen. Maar soms blijft er een kleine volumetoename over. De blijvende volumetoename vormt bij deze test een belangrijk onderdeel van de beoordeling.
Elastische en permanente uitzetting
Om te begrijpen wat de keuringsinstantie precies meet, moeten we nog even terug naar twee begrippen uit de materiaalkunde: elastische en plastische vervorming. Bij elastische vervorming verandert het materiaal tijdelijk van vorm. Wanneer de belasting verdwijnt, keert het terug naar zijn oorspronkelijke toestand. Dat is precies wat we van een duikfles verwachten. Tijdens het vullen zet de wand een klein beetje uit, en tijdens het leegademen krimpt zij weer terug. Het materiaal gedraagt zich daarbij ongeveer als een bijzonder stijve veer.
Plastische vervorming is anders. Daarbij verandert het materiaal blijvend van vorm. Wanneer de druk wordt weggenomen, keert de cilinder niet meer volledig terug naar haar oorspronkelijke afmetingen. Bij een volumetrische hydrostatische test wordt daarom onderscheid gemaakt tussen de totale uitzetting bij de proefdruk en de permanente uitzetting die na afloop overblijft. Stel dat een cilinder tijdens de test in totaal 40 milliliter uitzet. Wanneer de druk wordt afgelaten, veert de fles terug, maar blijft er een permanente volumetoename van 2 milliliter over. De permanente uitzetting bedraagt dan 5% van de totale uitzetting.
Bij veel Amerikaanse DOT-cilinders geldt dat de permanente uitzetting niet meer dan 10% van de totale uitzetting mag bedragen. In ons voorbeeld zou een blijvende uitzetting van 4 milliliter dus precies 10% zijn. Een grotere permanente uitzetting zou bij zo'n cilinder de toegestane grens overschrijden. Die grens van 10% geldt niet voor iedere duikfles. De toegestane permanente uitzetting en de manier waarop deze wordt beoordeeld, hangen af van de toepasselijke norm en het type cilinder. Het is daarom belangrijk om bij iedere keuring de juiste criteria te gebruiken, in plaats van één algemene grens op alle flessen toe te passen.
Niet iedere hydrotest meet de uitzetting
Hoewel de volumetrische expansietest een bekende methode is, wordt niet iedere hydrostatische keuring op dezelfde manier uitgevoerd. Bij sommige cilindertypen en keuringsvoorschriften is ook een zogenaamde proof-pressure test toegestaan. Daarbij wordt de fles tot de voorgeschreven proefdruk gebracht en gedurende een bepaalde tijd onder druk gehouden. De belangrijkste vraag is dan of de cilinder die druk zonder lekkage of andere ontoelaatbare verschijnselen kan weerstaan.
Bij deze methode wordt de permanente volumetoename niet gemeten zoals bij een water-jacket test. Het is een andere, onder specifieke voorschriften toegestane beoordelingsmethode. Welke methode mag worden gebruikt, wordt niet bepaald door de persoonlijke voorkeur van de inspecteur, maar door de toepasselijke technische voorschriften.
Er bestaan bovendien andere onderzoeksmethoden, waaronder ultrasoon onderzoek. Daarmee kunnen bepaalde afwijkingen in het materiaal worden opgespoord zonder de cilinder op dezelfde manier hydraulisch te belasten. Onder specifieke normen en voorwaarden kan zo'n onderzoek als alternatief voor een traditionele drukproef worden toegestaan. Dat betekent echter niet dat een eenvoudige ultrasone wanddiktemeting automatisch een volledige hydrostatische keuring kan vervangen. De apparatuur, onderzoeksprocedure en bevoegdheid van de keuringsinstantie moeten aan de geldende eisen voldoen.
Waarom zijn de keuringsintervallen niet overal hetzelfde?
Wie met duikflessen uit verschillende landen werkt, merkt al snel dat de keuringsintervallen niet overal hetzelfde zijn. In Nederland, België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten geldt voor veel gangbare duikflessen een vijfjaarlijkse hydrostatische herkeuring. In Frankrijk is de algemene termijn daarentegen twee jaar, maar kan deze onder een erkend systeem van jaarlijkse visuele inspecties worden verlengd tot zes jaar. Nieuw-Zeeland schrijft eveneens een hydrostatische keuring om de twee jaar voor, gecombineerd met een jaarlijkse visuele inspectie.
Een korter interval betekent niet zonder meer dat een land veiliger werkt. Keuringsintervallen maken deel uit van een groter systeem van productienormen, inspectieprocedures, gebruiksvoorwaarden en wettelijke verplichtingen. Ook de vraag of een cilinder wordt gebruikt voor onderwaterademhaling, industriële gasopslag of een andere toepassing kan van invloed zijn op de eisen.
Een belangrijk onderscheid is bovendien dat tussen een technische norm en een wettelijke verplichting. Een norm zoals ISO 18119 beschrijft procedures voor de periodieke inspectie en beproeving van bepaalde naadloze stalen en aluminium gascilinders. Maar daarmee staat nog niet automatisch vast welk keuringsinterval in ieder land verplicht is. Daarvoor moet worden gekeken naar de regelgeving waaronder de betreffende cilinder wordt gebruikt en de wijze waarop die norm daarin is opgenomen.
Voor een duikcentrum of vulstation op Curaçao is dat bijzonder relevant. Hier komen Amerikaanse DOT-flessen en Europees gecertificeerde cilinders samen. Het zou onjuist zijn om zonder meer te veronderstellen dat alle Amerikaanse voorschriften automatisch op iedere duikfles op Curaçao van toepassing zijn. Omgekeerd kunnen we ook niet zomaar aannemen dat een Europese keuringsdatum of een Europees keuringsinterval voor iedere hier gebruikte fles voldoende is.
De juiste beoordeling vraagt dus om kennis van de certificering van de cilinder, de toepasselijke lokale regels en eventuele aanvullende eisen van fabrikanten of keuringsinstanties. Ook kunnen vulstations eigen acceptatievoorwaarden hanteren, zolang die niet in strijd zijn met de geldende voorschriften. Een keuringsstempel is daarom pas betekenisvol wanneer we weten volgens welk systeem de fles is beoordeeld.
Wat gebeurt er na de keuring?
Wanneer een cilinder de voorgeschreven test met succes heeft doorstaan, is het werk nog niet helemaal klaar. De fles moet zorgvuldig worden geleegd en gedroogd. Dat laatste is bijzonder belangrijk: we hebben in het vorige hoofdstuk immers gezien dat vocht in een duikfles een van de belangrijkste oorzaken van inwendige corrosie is. Het zou nogal tegenstrijdig zijn wanneer een keuring die bedoeld is om de veiligheid te waarborgen, uiteindelijk water in de cilinder achterlaat. Na het drogen wordt de binnenzijde waar nodig opnieuw gecontroleerd en wordt de fles volgens de voorgeschreven procedure weer gebruiksklaar gemaakt. De kraan wordt met geschikte afdichtingen en het juiste aanhaalmoment gemonteerd. Vervolgens kunnen de vereiste controles op dichtheid en correcte montage plaatsvinden.
Een geslaagde herkeuring wordt vastgelegd in de administratie van de keuringsinstantie. Daarnaast worden de voorgeschreven keuringsmarkeringen aangebracht, meestal op de schouder van de cilinder. Daarbij bestaat een belangrijk verschil tussen de verschillende keuringssystemen. Bij Amerikaanse DOT-flessen wordt doorgaans de maand en het jaar van de uitgevoerde keuring ingeslagen, samen met het identificatienummer of keurmerk van de bevoegde instantie. Bij Europese flessen wordt daarentegen ook vaak de datum van de volgende verplichte keuring aangegeven: niet wanneer de fles voor het laatst is gekeurd, maar tot wanneer de huidige keuring geldig is. Dat is een wezenlijk verschil, vooral voor vulstations die met flessen uit verschillende landen werken. Wie een Amerikaanse keuringsdatum interpreteert als een Europese vervaldatum, of andersom, kan gemakkelijk een verkeerde conclusie trekken over de geldigheid van de keuring.
Een definitief afgekeurde duikfles moet duidelijk als ongeschikt voor verder gebruik worden aangemerkt. Afhankelijk van de toepasselijke voorschriften kan dat gebeuren door een permanente afkeurmarkering aan te brengen, bijvoorbeeld het woord CONDEMNED, of door de cilinder fysiek onbruikbaar te maken. Dat laatste kan bijvoorbeeld door een gat in de cilinderwand te boren of de fles open te snijden, zodat zij onmogelijk nog onder druk kan worden gezet. Alleen de kraan verwijderen is daarvoor onvoldoende: er zou immers eenvoudig een nieuwe kraan kunnen worden gemonteerd. Zulke ingrepen worden uitsluitend door een bevoegde partij uitgevoerd, nadat de cilinder volledig drukloos is gemaakt. Een afgekeurde fles kan vervolgens eventueel nog een tweede leven krijgen als decoratie of worden gerecycled, maar nooit meer als drukvat.
Wat bewijst een geslaagde hydrotest eigenlijk?
Een geslaagde hydrostatische keuring bevestigt dat de cilinder op het moment van de test aan de voorgeschreven criteria voldeed: zij doorstond de proefdruk en vertoonde, waar dat werd gemeten, geen ontoelaatbare permanente uitzetting. Maar de hydrotest vertelt niet alles. Een fles kan een drukproef doorstaan en toch beschadigingen hebben die tijdens een visuele inspectie tot afkeuring zouden leiden. Omgekeerd kan een fles er van binnen en buiten uitstekend uitzien, maar tijdens een volumetrische expansietest te veel blijvende vervorming vertonen. Daarom vullen beide inspectiemethoden elkaar aan. De test voorspelt evenmin hoeveel jaren de fles nog meegaat. Een val, oververhitting of verkeerd gebruik kan ook een pas goedgekeurde cilinder beschadigen.
Daarmee komen we bij de laatste vraag in het leven van een duikfles. Sommige cilinders worden na vijf, tien of twintig jaar afgekeurd, terwijl andere na veertig jaar nog probleemloos worden gebruikt. Hoe lang kan een duikfles eigenlijk meegaan? Bestaat er zoiets als een maximale levensduur, en wanneer is het moment aangebroken om definitief afscheid te nemen van een cilinder? Dat bekijken we in het volgende en laatste hoofdstuk.
4. Wanneer is een duikfles aan het einde van haar leven?
Hoe lang gaat een duikfles eigenlijk mee? Tien jaar? Twintig? Misschien wel vijftig? Sommige flessen worden al na enkele jaren afgekeurd vanwege beschadigingen of corrosie, terwijl andere tientallen jaren probleemloos hun keuringen doorstaan. Anders dan een batterij of autoband heeft een gewone stalen of aluminium duikfles niet noodzakelijk een vaste vervaldatum. Een duikfles kent geen AOW-leeftijd: zolang ze gezond is en haar keuringen doorstaat, mag ze blijven werken. Daar zouden sommige pensioenfondsen vermoedelijk jaloers op zijn. Uiteindelijk bepaalt niet haar leeftijd, maar haar technische toestand of een cilinder mag blijven werken. Daarachter gaat een geschiedenis schuil van vulbeurten, duiken, vervoer en soms minder zorgvuldig gebruik. Welke gevolgen kan die geschiedenis voor het metaal hebben?
Bestaat er een maximale levensduur?
Voor duikflessen bestaat geen algemene regel die voorschrijft dat ze na bijvoorbeeld twintig of dertig jaar automatisch moeten worden afgekeurd. Een oudere cilinder kan in principe nog steeds geschikt zijn voor gebruik, mits zij voldoet aan de toepasselijke voorschriften, de voorgeschreven keuringen heeft doorstaan en geen ontoelaatbare beschadigingen vertoont. De productiedatum op de schouder vertelt ons dus hoe oud de fles is, maar niet automatisch hoe veilig zij nog is.
Een stalen duikfles uit 1985 kan technisch nog in uitstekende staat verkeren, terwijl een aluminiumfles van vijf jaar oud door ernstige beschadiging onbruikbaar kan zijn. De kalenderleeftijd vertelt dus niet het hele verhaal. Wat kan er dan misgaan met een fles die jarenlang probleemloos heeft gefunctioneerd?
Metaalmoeheid: duizenden keren onder druk
Iedere keer dat een duikfles wordt gevuld, wordt het materiaal belast. De druk in de cilinder neemt toe, de wand zet een klein beetje uit en in het metaal ontstaan mechanische spanningen. Wanneer de fles tijdens het duiken weer leegraakt, neemt die belasting af. Bij normaal gebruik blijft de vervorming vrijwel volledig elastisch. Toch ondergaat het materiaal bij iedere vulcyclus opnieuw een verandering in spanning.
Wanneer een metalen onderdeel zeer vaak aan wisselende belastingen wordt blootgesteld, kan op den duur materiaalmoeheid optreden. In de materiaalkunde noemen we dit metaalmoeheid, in het Engels metal fatigue. Daarbij kunnen kleine scheurtjes ontstaan of bestaande microscopische onvolkomenheden langzaam verder groeien, zelfs wanneer de afzonderlijke belastingen beneden de sterkte liggen waarbij het materiaal onmiddellijk zou bezwijken.
Net als andere metalen materialen zoals vliegtuigvleugels, bruggen, scheepsconstructies en machineonderdelen worden ook duikflessen ontworpen en beproefd met het oog op herhaaldelijke belastingscycli. De normale drukwisselingen zijn dus geen onverwachte belasting, maar juist een fundamenteel onderdeel van hun gebruik. Een goed ontworpen, correct gebruikte en onderhouden cilinder kan zeer veel vulcycli doorstaan zonder dat metaalmoeheid een praktisch probleem wordt.
Toch zijn niet alle belastingen gelijk. Een fles die voortdurend tot haar maximale werkdruk wordt gevuld, ondergaat grotere spanningswisselingen dan een cilinder die slechts gedeeltelijk wordt gevuld. Ook overdruk, plaatselijke beschadigingen, corrosie en bepaalde materiaaleigenschappen kunnen de ontwikkeling van vermoeiingsscheuren beïnvloeden. Vooral waar spanningen zich concentreren, bijvoorbeeld rond beschadigingen of geometrische overgangen, verdient het materiaal extra aandacht.
Waarom wordt een fles definitief afgekeurd?
In de praktijk leidt vooral een ontoelaatbare afwijking bij inspectie of keuring tot het einde van de bruikbare levensduur. Dat kan ernstige corrosie zijn, een diepe deuk, beschadigde schroefdraad, een scheur of een andere aantasting die de sterkte van het drukvat in gevaar brengt. Ook een cilinder die tijdens een hydrostatische test te veel permanente uitzetting vertoont, kan definitief worden afgekeurd.
Sommige problemen zijn direct zichtbaar. Een fles die door een voertuig is overreden of die een zware klap heeft gekregen, kan zo ernstig vervormd zijn dat verder gebruik uitgesloten is. Andere problemen zijn subtieler, zoals plaatselijke aantasting die de wanddikte vermindert en spanningen concentreert.
Ook beschadigingen aan de hals zijn bijzonder kritisch. De verbinding tussen de cilinder en de kraan moet immers bestand zijn tegen de volledige flesdruk. Wanneer de schroefdraad ernstig is beschadigd of er scheurtjes in de hals zijn aangetroffen, kan dat reden zijn om de fles af te keuren. Bij bepaalde oudere aluminiumflessen kan daarbij de eerder besproken legering 6351-T6 een rol spelen.
Verder kan een cilinder ongeschikt worden verklaard wanneer haar identiteit of certificering niet meer betrouwbaar kan worden vastgesteld. Als essentiële markeringen ontbreken of onleesbaar zijn geworden, is mogelijk niet meer vast te stellen volgens welke norm de fles is vervaardigd of voor welke druk zij is goedgekeurd. Niet iedere onleesbare markering betekent automatisch definitieve afkeuring, maar zolang de vereiste gegevens niet betrouwbaar kunnen worden vastgesteld, mag een cilinder niet zomaar opnieuw worden gevuld.
Kun je een beschadigde duikfles repareren?
Bij veel gebruiksvoorwerpen is repareren vanzelfsprekend. Een scheur wordt gelast, een deuk rechtgebogen of een beschadigd oppervlak opnieuw bewerkt. Bij duikflessen ligt dat ingewikkelder. De sterkte van een cilinder hangt af van het materiaal, de wanddikte, de vorm en het productieproces. Een ingreep die bij een gewoon metalen voorwerp onschuldig lijkt, kan bij een drukvat grote gevolgen hebben.
Neem bijvoorbeeld een deuk in een stalen fles. Die kun je misschien met een hydraulische pers weer rechtmaken, maar het metaal is tijdens het ontstaan van de deuk al plastisch vervormd. Door het opnieuw te vervormen, wordt het nogmaals belast, zonder garantie dat de oorspronkelijke sterkte terugkeert. Uitdeuken is daarom geen aanvaardbare standaardreparatie. Ook lassen is problematisch. De hitte kan de microstructuur en mechanische eigenschappen van staal veranderen. Bij aluminiumlegeringen, waarvan de sterkte vaak mede afhankelijk is van een nauwkeurige warmtebehandeling, kunnen de gevolgen nog groter zijn. Een las kan daardoor een plaatselijke verzwakking veroorzaken, ook wanneer de reparatie er uitstekend uitziet. Hetzelfde geldt voor het wegslijpen van diepe corrosieputten: daarmee wordt de wand immers dunner.
Gelukkig betekent niet iedere beschadiging meteen het einde van een duikfles. Oppervlakkige roestvorming kan soms worden behandeld, een versleten beschermlaag kan worden vernieuwd en onderdelen zoals een tankboot of fleskraan kunnen worden vervangen. Ook bestaan er gespecialiseerde herstelprocedures, bijvoorbeeld voor bepaalde beschadigingen aan de cilinderhals. Zulke ingrepen moeten echter uitdrukkelijk zijn toegestaan voor het betreffende cilindertype en door bevoegde personen worden uitgevoerd. Een nieuwe laklaag maakt een aangetaste wand immers niet sterker, en een nieuwe kraan herstelt geen beschadigde schroefdraad.
Uiteindelijk speelt ook de economische afweging een rol. Gespecialiseerde inspecties en toegestane herstelwerkzaamheden kunnen meer kosten dan een nieuwe fles. En wanneer de structurele veiligheid niet meer kan worden gegarandeerd, valt er weinig meer af te wegen. Een duikfles is tenslotte vervangbaar; de duiker die ermee het water ingaat liever niet.
Een tweede leven: van duikfles tot lamp of bloempot
Wie weleens in een duikcentrum rondkijkt, heeft ze waarschijnlijk gezien: oude duikflessen die zijn omgebouwd tot decoratie. Sommige worden gebruikt als lampvoet, andere als standaard voor een tafel, als plantenbak, fooienpot of gewoon als kunstwerk. Van oude stalen flessen worden zelfs wel bellen gemaakt. Door de bodem of een deel van de cilinder te verwijderen, ontstaat een metalen klanklichaam dat verrassend mooi kan klinken.
Wanneer een afgekeurde duikfles geen tweede leven als gebruiksvoorwerp krijgt, kan het metaal doorgaans worden gerecycled. Zowel staal als aluminium zijn daarvoor bijzonder geschikt. Het materiaal kan worden gescheiden, omgesmolten en opnieuw worden gebruikt voor allerlei producten. Dat betekent niet dat het gerecyclede metaal automatisch weer geschikt is voor de productie van nieuwe duikflessen. Daarvoor gelden immers strenge eisen aan de samenstelling, zuiverheid en mechanische eigenschappen van het materiaal.
Vooral bij aluminium is recycling vanuit energetisch oogpunt interessant. De productie van primair aluminium uit bauxiet is zeer energie-intensief, terwijl het omsmelten van bestaand aluminium aanzienlijk minder energie vraagt. Ook staalrecycling levert belangrijke besparingen op in grondstoffen en, afhankelijk van het productieproces, energieverbruik en uitstoot.
Een oude duikfles bevat bovendien een aanzienlijke hoeveelheid waardevol metaal; het gewicht hangt uiteraard af van het cilindertype. Wanneer zulke flessen op de juiste manier worden ingezameld, hoeven de grondstoffen dus niet verloren te gaan. Daarmee past recycling goed bij een verstandige omgang met duikuitrusting. We proberen een fles zo lang mogelijk veilig te gebruiken, onderhouden haar zorgvuldig en laten haar periodiek inspecteren. Maar wanneer zij uiteindelijk niet meer aan de eisen voldoet, zorgen we ervoor dat het materiaal op een verantwoorde manier opnieuw wordt benut.
En daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vierde en laatste deel van Cilinderologie. We hebben gezien hoe vocht, zout en beschadigingen de levensduur van een duikfles kunnen beïnvloeden, hoe een inspecteur de toestand van een cilinder beoordeelt en waarom een hydrostatische keuring nodig is om vast te stellen of het drukvat nog aan de voorgeschreven eisen voldoet. Na vier delen en zestien hoofdstukken komen we daarmee eigenlijk weer terug bij iets heel eenvoudigs: zorgvuldig omgaan met je materiaal. Een duikfles die goed wordt onderhouden, met schone en droge ademlucht wordt gevuld en regelmatig wordt geïnspecteerd en gekeurd, kan tientallen jaren veilig dienstdoen.
Maar ook aan het leven van een duikfles kan uiteindelijk een einde komen. Misschien wordt ze na duizenden vullingen en ontelbare duiken omgesmolten tot iets nieuws. Misschien eindigt ze als een bel aan de ingang van een duikcentrum. Maar wat haar volgende bestemming ook wordt, één ding staat vast: haar dagen als drukvat zijn dan definitief voorbij.